In de kleinste diameter van het depot moet alle belasting van het gebouw worden opgevangen

Het nieuwe depot moet een veilige kluis voor de kunstwerken worden, maar ook een gebouw waar mensen werken en grote aantallen bezoekers welkom zijn. Aan de ingenieurs van IMd de schone taak om goede constructieve oplossingen te bedenken, die ook naadloos aansluiten bij het ontwerp.
 

Interview met Michiel Niens en Pim Peters, IMd Raadgevende ingenieurs.

Hoe zijn jullie benaderd voor de constructie van het depot?
Pim Peters: De gemeente Rotterdam heeft ons gevraagd om daarvoor in concurrentie een aanbieding te doen. Dat was op een moment dat de architect nog niet bekend was. Wij zijn als  ingenieursbureau dus geselecteerd zonder te weten hoe het gebouw er uit zou komen te zien. Voor het ontwerp was gelijktijdig een prijsvraag uitgeschreven, die gewonnen is door het architectenbureau MVRDV.

3D impressie hoofddraagconstructie

Hoe verliep het ontwerpproces verder?
Pim: Op basis van het winnende ontwerp hebben wij een constructief ontwerp met verschillende alternatieven gemaakt. Die hebben we samen met architect Winy Maas van MVRDV, de opdrachtgever en andere adviseurs besproken. Michiel Niens: MVRDV werkt heel conceptueel. Het architectonisch ontwerp heeft de vorm van een kom en dan moet het gebouw die vorm ook daadwerkelijk krijgen. Alles wat zij en wij als ingenieurs verzinnen moet dat concept ondersteunen. Dus de deuren moeten zodanig worden gerealiseerd, dat de vorm van de kom niet wordt aangetast. De architecten van MVRDV hadden dus een aantal ‘speerpunten’ die ze belangrijk vonden.

Elke funderingspaal kan het gewicht van 100 Indische olifanten dragen.’  Michiel Niens

Wat was het grootste constructieve vraagstuk bij het depot?
Pim: Bovenin is de diameter van het gebouw 60 meter en onderin 40 meter. Dat betekent dat het gebouw rondom breder wordt, en dat uitstekende deel wordt niet direct ondersteund. Daarbij komen er in het onderste gedeelte van het gebouw openingen, die een constructie per definitie verzwakken. Zoals de deuren waar vrachtwagens met kunstwerken doorheen moeten en een entreedeur voor het publiek. De uitdaging was om een constructie te bedenken waarbij in de kleinste diameter van het gebouw, met de meeste verzwakkingen, de hoge belasting kan worden opgevangen. Michiel: Omdat de krachten in het onderste deel zo groot zijn hebben we naar een ‘monoliete’ constructie gezocht. Dat wil zeggen dat de komvorm van het gebouw aan de fundering is vastgestort. De eerste twee verdiepingen worden in beton op de locatie gestort. Je creëert zo in feite een massieve sokkel. Wanneer dit beton is uitgehard, bouwen we de resterende vier verdiepingen van het gebouw er bovenop. Dat gaat met prefab beton (geprefabriceerde onderdelen, red.).

Over wat voor krachten hebben we het bij zo’n uniek gebouw?
Michiel: Onder het gebouw zijn funderingspalen geslagen. Een normale funderingspaal kan belast worden met ongeveer met 2.000 kilonewton. Voor het depot gebruiken we palen die het dubbele, dus 4.000 kilonewton, aankunnen. Om een idee te geven hoeveel dat is: een Indische olifant weegt ongeveer 4.000 kilogram. Elke funderingspaal kan dus het gewicht van 100 olifanten dragen. 

             

Opengeklapt perspectief hoofd-draagconstructie, gezien vanuit atrium.

 

Hoe zorg je ervoor dat een gebouw met deze uitdagende constructie overeind blijft?
Michiel: Je moet alles goed doorrekenen, maar ook rekening houden met gevoeligheden die op kunnen treden. Bijvoorbeeld een funderingspaal die in werkelijkheid wat stijver of slapper kan zijn. Ook is het van belang om te weten wat de massa is van alle kunstwerken die in het depot worden opgeslagen en om deze informatie vervolgens mee te nemen. Dan heb je een gebouw dat zeker blijft staan, als het wordt gemaakt zoals wij het hebben bedacht! 

Gelden bij een gebouw voor kunst nog bijzondere constructieve eisen?
Michiel: Het depot valt in risicoklasse 3, de hoogste klasse volgens het Bouwbesluit. Dit betekent dat er een uitgebreide risicoanalyse is gemaakt en dat er met hogere veiligheidsfactoren wordt gewerkt. En uiteraard was het uitgangspunt dat de kunstwerken, die een enorme culturele en economische waarde hebben, hier een zeer veilig onderkomen krijgen.

Dit artikel is eerder verschenen in DepotJournaal #2 ©2018 Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam